SCHUINE DAS
Bij het begin van elke naald aan de goede kant van het werk, 2 st. samenbreien en bij het einde van de naald 2 st. breien in de laatste st. (We hebben altijd hetzelfde aantal steken op de naald).

Voor een aantrekkelijker resultaat van dit werkstuk, raden wij aan om de das te breien met Gekleurde strepen of Wisselende kwaliteiten of door het Combineren van naalden in tric.st. met naalden in ribbelsteek.



VOOR EEN MOOIE AFWERKING AAN DE RANDEN VAN DE SLUITINGEN
De 1e. st zonder te breien andersom dan deze voorkomt, over laten glijden op de rechternaald.



VOORKOMEN VAN GOLVENDE SLUITING IN BOORDSTEEK
De sluitingen in boordsteek hebben de neiging om uit te rekken, om dit te voorkomen breien we 2 naalden minder over de st. v.d. sluiting, in elke 10e naald.



VOORKOMEN VAN TREKKENDE SLUITING IN RIBBELSTEEK
De sluitingen in ribbelsteek hebben de neiging te gaan trekken, om dit te voorkomen breien we 2 naalden meer over de st. v.d. sluiting, in elke 10e naald.



DASSEN IN PATENTSTEEK
Voor een perfecte afwerking van de randen van de dassen in patentsteek, op elk uiteinde 2 st. in ribbelsteek breien en de volgende st. Begin en eindig altijd met dezelfde st.



PATENTSTEEK
Bij deze steek zien de goede kant en de verkeerde kant van het werk er bijna hetzelfde uit. Wij raden aan om de goede kant van het werk te markeren.



AFKANTEN VAN STEKEN BIJ KRAGEN
Voor een losse en correcte afkanting, moet de naald voor het afkanten een nummer groter zijn dan het naaldennummer dat waarmee het werkstuk gebreid is.



HET CORRECT OPNEMEN VAN DE STEKEN RONDOM DE HALS
Ná het afkanten van de steken, de steken opnemen en hierbij de rechternaald alléén in te steken in een draad van de afgekantte steken (de draad aan de onderkant). Wanneer de twee draden opgenomen worden, gaat dit uitpuilen.



RONDE KNOOPSGATEN DIE NIET UIT GAAN REKKEN
Het benodigd aantal punten voor het knoopsgat afkanten (aangegeven in de beschrijving). In de volgende naald, meerder 1 ts. minder dan de afgekantte steken. In de volgende naald, brei 2 st. in 1 st. van de gemeerderde st.



TIP VOOR HET BREIEN VAN AJOURSTEKEN
Het is heel belangrijk om de centrale steek van elk motief als referentiepunt te gebruiken.



VERLENGEN EN VERKORTEN VAN DE DELEN (Mouwen / Voorpand / Rugpand) GEBREID IN TRICOTSTEEK

VERLENGEN
In de 1e naald tricôtsteek, ná de boordsteek en met behulp van een naald, van een willekeurige steek van deze naald, de horizontale draad van de binnenkant van de steek aantrekken. De draad afknippen en aantrekken tot de gehele naald uitgehaald is.
De steken opnemen die vrij vallen, (het gedeelte in boordsteek verwijderen), brei tot de gewenste lengte en eindig met de boordsteek.

VERKORTEN
Met behulp van een naald, van een willekeurige steek van deze naald, de horizontale draad van de binnenkant van de steek aantrekken (afhangend van de gewenste cm. die verkort moeten worden ná de boordsteek). De draad afknippen en aantrekken tot de gehele naald uitgehaald is.
Verwijder het gedeelte in tric.st. dat we korter willen en het gedeelte in boordsteek.
De steken opnemen die vrij vallen en brei de boordsteek.
De trui is nu korter, op de gewenste afmeting.


Meld je aan voor de nieuwsbrief

x

De Website gebruikt cookies van derden. De eigenaar van deze cookies is een andere rechtspersoon dan Katia met wie deze een contract heeft afgesloten om de via zijn webpagina aangeboden diensten te beheren en te verbeteren. Deze derde verwerkt de gegevens die via zijn cookies worden verkregen.

Meer lezen OK